Wat zegt de wetenschap?

Voor mijn promotieonderzoek naar enthousiasme verzamel ik alle wetenschappelijke artikelen die over dit onderwerp zijn gepubliceerd. Een deel daarvan richt zich specifiek op enthousiasme en leiderschap. Omdat wetenschappelijke artikelen vaak lastig te lezen zijn (zelfs voor wetenschappers) en ik dit werk al heb verricht in het kader van mijn promotie, heb ik de inzichten hier samengevat. Op die manier worden de wetenschappelijke inzichten meer toegankelijk. In een wereld waarin autoritair leiderschap op het hoogste politieke niveau steeds vaker de norm lijkt te worden, laat dit document zien dat een alternatief mogelijk is.

In dit document deel ik de belangrijkste inzichten uit deze studies, gecombineerd met mijn eigen onderzoek naar de structuur, functie en sociale regulatie van enthousiasme. Op dit onderwerp zal ik in 2026 promoveren aan de Universiteit Leiden. Eerder schreef ik al een document over enthousiasme in het onderwijs en mogelijk zullen er nog meer volgen.

Wetenschappelijk onderzoek naar enthousiasme en leiderschap

Enthousiasme wordt door verschillende wetenschappers benoemd als een belangrijk onderdeel van leiderschap (e.g., Conger & Kanungo, 1998; George, 1995; Hayati et al., 2014). Enthousiasme kan functioneren als een emotionele katalysator die samenhangt met vertrouwen, verbinding en overtuigingskracht van leiders. In tegenstelling tot meer instrumentele leiderschapskenmerken, zoals taakstructurering of besluitvaardigheid, richt onderzoek naar enthousiasme en leiderschap zich op de emotionele dynamiek tussen leiders en volgers. Gezamenlijk laten deze studies zien dat enthousiasme van leiders samenhangt met charisma, motivatie, groepsklimaat en prestaties van medewerkers, zowel direct als indirect via affectieve processen binnen teams (Bono & Ilies, 2006; Damen et al., 2008; Gonçalves et al., 2024).

Een belangrijk uitgangspunt in de meta-analyse van Bono en Judge (2004) is dat expressieve gedragingen die samenhangen met het stimuleren van enthousiasme onderdeel uitmaken van centrale leiderschapsdimensies zoals charisma en inspirerende motivatie. Deze dimensies omvatten onder meer het opbouwen van vertrouwen en het inspireren van volgers, waarbij enthousiasme expliciet wordt benoemd als onderdeel van charismatisch leiderschap. In experimenteel onderzoek laten Bono en Ilies (2006) zien dat charisma samenhangt met de expressie van positieve emoties. Leiders die meer positieve emotiewoorden gebruikten en zichtbaar positieve emoties, zoals enthousiasme, opwinding en optimisme, toonden, brachten hun volgers in een positievere stemming. Deze emotionele besmetting trad zelfs op bij korte en gesimuleerde interacties en hing samen met beoordelingen van leiderschapseffectiviteit.

Dit patroon wordt verder verfijnd door het werk van Damen en collega’s (2008). In hun onderzoek naar leiderschap en emotionele expressie laten zij zien dat de waargenomen charisma van leiders in belangrijke mate samenhangt met het tonen van enthousiasme. Zij maken een onderscheid tussen emoties met een positieve of negatieve lading en het niveau van energie dat deze emoties uitstralen. Volgens de auteurs is niet elke positieve emotie even effectief in leiderschap. Vooral enthousiasme, een emotie die gepaard gaat met een hoog energieniveau, hangt samen met de mate waarin leiders als charismatisch worden gezien. In een experimentele studie kregen deelnemers een toespraak van een leider te zien waarin verschillende emoties werden uitgedrukt, waaronder enthousiasme, boosheid, ontspanning en verdriet. Leiders die enthousiasme toonden, werden duidelijk charismatischer beoordeeld dan leiders die andere emoties lieten zien. Enthousiasme zorgde er bovendien voor dat volgers zich energieker en positiever voelden. Deze bevindingen werden bevestigd in een veldstudie onder medewerkers uit verschillende organisaties. Ook hier bleek enthousiasme de enige emotionele expressie die samenhing met waargenomen charisma. Andere emoties, zowel positief als negatief, hadden geen betekenisvol effect. Enthousiasme is daarmee niet slechts een prettige karaktereigenschap, maar een specifieke emotionele expressie die leiders helpt om anderen te activeren en te inspireren. Op basis van deze bevindingen zou je kunnen stellen dat enthousiasme het werkende bestanddeel van charisma is.

Recente studies tonen aan dat de effecten van leiderschapsenthousiasme zich ook op groepsniveau manifesteren. Gonçalves en collega’s (2024) onderzochten medewerkers in Portugese organisaties. De resultaten laten zien dat leiderschapsgedrag dat als enthousiast wordt ervaren, positief en significant samenhangt met door medewerkers gerapporteerde prestaties. Deze relatie bleek zowel direct als indirect. Enthousiasme van de leider hing samen met hogere groepssatisfactie en positievere emoties binnen teams, wat op zijn beurt bijdroeg aan gunstigere prestatiebeoordelingen. Enthousiasme draagt daarmee bij aan een positief emotioneel klimaat waarin teams beter functioneren.

Ook onder ondernemers is enthousiasme onderzocht. In longitudinaal onderzoek onder ondernemers vonden Laguna en collega’s (2017) dat enthousiasme, zelfeffectiviteit en werkbevlogenheid elkaar wederzijds versterken over de tijd. In dit onderzoek werden ondernemers over een langere periode gevolgd. De onderzoekers vonden dat enthousiasme, geloof in eigen kunnen en betrokkenheid bij het werk elkaar versterken. Dus als een ondernemer enthousiast is, voelt diegene zich later zekerder over het werk, en dat leidt weer tot meer inzet. Omgekeerd zorgt die inzet ook weer voor meer enthousiasme. Deze drie dingen houden elkaar dus als het ware in beweging. De studie laat zien dat het belangrijk is om enthousiasme en zelfvertrouwen te stimuleren, omdat die bijdragen aan blijvende motivatie bij ondernemers.

Naast direct onderzoek naar enthousiasme en leiderschap heb ik in mijn proefschrift, dat in 2026 zal verschijnen, ook onderzoek uit andere disciplines besproken dat relevant is voor leiderschap. Bevindingen uit onderzoek naar enthousiasme in het onderwijs laten zien dat enthousiasme vooral effectief is wanneer het als oprecht en authentiek wordt ervaren. Dit heeft niet alleen invloed op de effectiviteit van het lesgeven (Keller et al., 2018), maar ook op het welzijn van docenten (Taxer & Frenzel, 2018). Wanneer deze bevindingen voorzichtig worden geëxtrapoleerd naar leiderschap, ligt het voor de hand dat enthousiasme ook daar vooral effectief en gezond is wanneer het oprecht en authentiek wordt geuit.

Dat enthousiasme oprecht is, is niet alleen van belang voor de leider zelf, maar ook voor het enthousiasme dat zij bij haar collega’s aanwakkert. Authentiek enthousiasme werkt sterker door en is meer aanstekelijk. Daarnaast is het belangrijk dat het enthousiasme dat bij medewerkers wordt aangemoedigd eveneens authentiek is, omdat het anders kan leiden tot uitputting. Dit werd aangetoond in onderzoek van Totterdell en Holman (2003). Zij ondervroegen medewerkers van callcenters en vergeleken zogenoemd surface acting, waarbij werknemers enthousiasme veinzen, met deep acting, waarbij het enthousiasme daadwerkelijk wordt gevoeld (de term “acting” is hier enigszins misleidend). Medewerkers die aan deep acting deden, rapporteerden minder emotionele uitputting en een hogere ervaren effectiviteit dan medewerkers die vooral enthousiasme speelden.

Deze bevindingen sluiten aan bij mijn eigen wetenschappelijk onderzoek naar de gepastheid van het tonen van enthousiasme. Met gepastheid bedoel ik de vraag in welke situaties het passend wordt gevonden om enthousiasme te laten zien. In dit onderzoek heb ik in 51 landen, onder ruim 12.000 respondenten, onderzocht hoe de ervaren gepastheid van het uiten van enthousiasme samenhangt met het daadwerkelijk ervaren van enthousiasme in private, werk- en publieke contexten. Uit dit onderzoek bleek dat het uiten van enthousiasme op het werk als het meest gepast werd gezien, terwijl enthousiasme daar minder intens werd ervaren dan in privécontexten. Dit suggereert dat hoge gepastheid op het werk deels kan voortkomen uit normatieve verwachtingen. Met andere woorden, in werkcontexten bestaat de opvatting dat men enthousiast hoort over te komen. Wanneer medewerkers zich verplicht voelen enthousiasme te tonen zonder dit daadwerkelijk te ervaren, kan dit leiden tot emotionele dissonantie, wat eerder in verband is gebracht met emotionele uitputting en lager welzijn (Goldberg & Grandey, 2007; Taxer & Frenzel, 2018). Wanneer enthousiasme wordt afgedwongen, kan dit dus een averechts effect hebben. Dit onderstreept het belang van sturen op authentiek enthousiasme in plaats van gespeeld enthousiasme, wat vraagt om aandacht, interesse en betrokkenheid bij collega’s.

Gezamenlijk laten deze studies zien dat enthousiasme een belangrijke emotionele component is van leiderschap. Enthousiasme hangt samen met motivatie, betrokkenheid en prestaties van medewerkers, zowel direct als indirect via het emotionele klimaat binnen teams. Leiders die oprecht enthousiasme tonen, dragen bij aan een positievere werksfeer en stimuleren energie en inzet bij hun collega’s. Wanneer enthousiasme als minder authentiek wordt ervaren of vooral normatief wordt ingezet, verliest het aan kracht en kan het negatieve gevolgen hebben voor welzijn en effectiviteit.

Enthousiasme ontwikkelen als onderdeel van leiderschap

Hoewel enthousiasme een persoonlijke en grotendeels intrinsieke emotie is, blijkt het tot op zekere hoogte ontwikkelbaar (Bettencourt et al., 1983; Streeter, 1986). Tegelijkertijd laten deze studies zien dat enthousiasme niet moet worden gereduceerd tot een aanleerbaar trucje. Enthousiasme blijkt vooral effectief wanneer het als oprecht wordt ervaren. Voor leiders kan het daarom waardevol zijn om zicht te krijgen op hun eigen bronnen van enthousiasme en te onderzoeken hoe zij daarmee in contact blijven. Hier zijn methoden voor beschikbaar die zich de praktijk bewezen hebben.

Leiderschapsontwikkeling op dit gebied zou zich niet zozeer moeten richten op het trainen van expressieve vaardigheden, maar ook op het versterken van het onderliggende, persoonlijke enthousiasme van leiders en op het herkennen en aanwakkeren van enthousiasme bij collega’s. Wat leiders helpt om hun enthousiasme te voeden verschilt per persoon. Voor sommigen ligt dit in inhoudelijke verdieping, voor anderen in het begeleiden van medewerkers of het realiseren van gezamenlijke doelen. Wanneer leiders zicht hebben op hun eigen bronnen van enthousiasme, kunnen zij hier bewuster ruimte voor maken en dit expliciet betrekken bij hun manier van leidinggeven. Het gaat daarbij niet alleen om enthousiasme voor het vakgebied of de organisatiedoelen, maar ook om enthousiasme voor het leidinggeven zelf. Persoonlijk contact met collega’s, het geven van waardering en het ondersteunen van persoonlijke ontwikkeling spelen hierin een belangrijke rol.

Mijn ervaringen uit de praktijk sluiten goed aan bij de empirische bevindingen die in dit document zijn beschreven. Wereldwijd hebben meer dan 700 leiders deelgenomen aan mijn trainingen over de dynamiek van enthousiasme. Wanneer ook workshops worden meegerekend, ligt dit aantal aanzienlijk hoger. Deelnemers die met deze inzichten aan de slag zijn gegaan, rapporteerden onder meer een hogere motivatie, meer positieve invloed in hun werk en een sterkere verbondenheid met collega’s. In sommige gevallen leidde dit tot nieuwe professionele stappen, zoals het starten van een eigen praktijk of onderneming waarin enthousiasme een centrale rol speelt. Dit wijst erop dat enthousiasme de potentie heeft om op een positieve manier zaken in beweging te zetten. Mijn persoonlijke, niet wetenschappelijk onderbouwde, mening is dat de wereld dit soort leiders hard nodig heeft.

Referenties

  • Bettencourt, E. M., Gillett, M. H., Gall, M. D., & Hull, R. E. (1983). Effects of teacher enthusiasm training on student on-task behavior and achievement. American Educational Research Journal20(3), 435–450.
  • Bono, J. E., & Judge, T. A. (2004). Personality and transformational and transactional leadership: A meta-analysis. Journal of Applied Psychology, 89(5), 901–910.
  • Bono, J. E., & Ilies, R. (2006). Charisma, positive emotions and mood contagion. The Leadership Quarterly, 17(4), 317–334.
  • Conger, J. A., & Kanungo, R. N. (1998). Charismatic leadership in organizations. Sage Publications.
  • Damen, F., van Knippenberg, D., & van Knippenberg, B. (2008). Leader affective displays and attributions of charisma: The role of arousal. Journal of Applied Social Psychology, 38(10), 2594–2614.
  • George, J. M. (1995). Leader positive mood and group performance: The case of customer service. Journal of Applied Social Psychology25(9), 778-794.
  • Goldberg, L. S., & Grandey, A. A. (2007). Display rules versus display autonomy: emotion regulation, emotional exhaustion, and task performance in a call center simulation. Journal of Occupational Health Psychology12(3), 301–318.
  • Gonçalves, S. P., Sousa, C., Veras, C., & Santos, J. (2024). Catalyzing success: How enthusiastic leaders drive performance through group satisfaction and positive emotions. Humanistic Management Journal, 9,397–415.
  • Hayati, D., Charkhabi, M., & Naami, A. (2014). The relationship between transformational leadership and work engagement in governmental hospital nurses: a survey study. Springerplus3(1), 25.
  • Keller, M. M., Becker, E. S., Frenzel, A. C., & Taxer, J. L. (2018). When teacher enthusiasm is authentic or inauthentic: Lesson profiles of teacher enthusiasm and relations to students’ emotions. AERA open4(2), 2332858418782967.
  • Laguna, M., Razmus, W., & Żaliński, A. (2017). Dynamic relationships between personal resources and work engagement in entrepreneurs. Journal of Occupational and Organizational Psychology, 90(2), 248–269.
  • Streeter, B. B. (1986). The effects of training experienced teachers in enthusiasm on students’ attitudes toward reading. Reading Psychology: An International Quarterly, 7(4), 249–259.
  • Taxer, J. L., & Frenzel, A. C. (2018). Inauthentic expressions of enthusiasm: Exploring the cost of emotional dissonance in teachers. Learning and Instruction53, 74–88.
  • Vogelaar, R., van Dijk, E., & van Dijk, W. W. (2025a). The internal structure of enthusiasm: A prototype analysis. Motivation and Emotion, 49(2), 183–196.
  • Vogelaar, R., van Dijk, E., & van Dijk, W. W. (2025b). The appraisal patterns and response types of enthusiasm: A comparison with joy and hope. Cognition and Emotion, 38, 1–19.
  • Vogelaar, R., Van Dijk, E., Prasastyoga, B., & Van Dijk, W. W. (2026). The appropriateness and experience of enthusiasm across contexts and culture. Manuscript submitted for publication