Een persoonlijke biografie

Waar je vandaan komt en wat je hebt meegemaakt bepaalt voor een belangrijk deel wie je bent. Daarom vraag ik deelnemers aan m’n trainingen om zich door middel van een foto met een persoonlijk verhaal voor te stellen. Dit geeft een kleurijker beeld van een persoon dan bij een traditionele zakelijke introductie. Het geeft vaak ook een indruk van de drijfveren van iemand. Op eenzelfde manier zal ik iets over mezelf vertellen.

Voor een meere zakelijke beschrijving van m’n carrière verwijs ik graag naar Linkedin: https://www.linkedin.com/in/rijnvogelaar/ 

Jeugdjaren

Nieuwsgierig

In de vroege ochtend van 6 maart 1969 werd ik geboren in het Noord-Brabantse Steenbergen, tegenover het hertenkamp. Mijn moeder was tandartsassistente en mijn vader sportofficier bij de Landmacht. M’n pa is altijd actief geweest in de wielrennerij als trainer en ploegleider. Op jonge leeftijd had ik kennelijk ook ambities in deze richting, gezien de bidon aan de stang van m’n fiets. Ondanks dat ik nog steeds regelmatig een uurtje op een sportfiets zit, heeft een loopbaan in deze richting er niet ingezeten. Als klein jochie was ik vrij verlegen en braaf. Ik was wel erg nieuwsgierig naar hoe het leven in elkaar zat. Ik kon m’n ouders eindeloos bombarderen met lastige vragen over een breed scala aan onderwerpen, van voortplanting tot Sinterklaas. De behoefte om het leven te begrijpen is nog steeds een belangrijke drijfveer bij het schrijven van m’n boeken. Bij psychologische testen komt nieuwsgierigheid dan ook altijd naar voren als belangrijkste karaktereigenschap.

Middelbare school

Een turbulente periode

Mijn middelbare school heb ik doorlopen op het Mollerlyceum in Bergen op Zoom. M’n favoriete leerjaar was 4 VWO; die klas heb ik dan ook een jaartje overgedaan. Op het Moller ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Aangemoedigd door m’n leraar Nederlands, Philip Verdult, publiceerde ik ze in de schoolkrant. Veel later (in 2000) heb ik een dichtbundel gepubliceerd en hier zelfs nog een debuutprijs voor ontvangen. De bundel was getiteld “De Euforie van wankel evenwicht”, eigenlijk een thema dat in m’n boeken nog steeds terugkomt. Het wankel evenwicht is immers ook te herkennen in de kwetsbaarheid van enthousiasme of de balans tussen positiviteit en negativiteit. Aan het eind van m’n middelbare schooltijd had ik mezelf ondertussen een uiterlijk aangemeten dat paste bij de muziek waar ik naar luisterde, zoals The Cure, Joy Division, Depeche Mode, The Smiths en The Cult. De gedichten die ik in die tijd schreef waren ook redelijk zwaar en donker. De zorgeloosheid van de kinderjaren maakte plaats voor de onrust van de puberteit. Thuis was het niet erg gezellig. M’n ouders gingen uit elkaar. Wat ik precies wilde gaan doen met m’n leven wist ik nog niet. Op een bepaald moment wilde ik onderwater bioloog worden, geïnspireerd op de mooie documentaires over de wereld onder water. Ik heb wel duikbrevetten gehaald, maar biologie is het niet geworden. Uiteindelijk leek de menselijke psyche me toch het meest interessant. In overdrachtelijke zin ben ik me gaan begeven in onderwater wereld van de menselijke geest en daar heb ik nooit spijt van gehad.

Tafeltennis

Passie en frustratie

M’n vrije tijd besteedde ik van m’n 12e tot 25e vooral aan het tafeltennis. Samen met m’n broer Ton heb ik zo’n twee decennia in de Nederlandse subtop gespeeld. Tafeltennis was in die tijd m’n lust en m’n leven. Het is overigens een sport waar je gemakkelijk een haat-liefde relatie mee kan hebben. Als het goed gaat is het fantastisch, maar het is uitermate frustrerend als het niet loopt, of als de tegenstander gewoon sterker is. Ik tafeltennis nog steeds, maar ik moet erin berusten dat ik niet meer het niveau haal uit m’n jeugdjaren. Wat niet meevalt, want het hoofd kan maar moeilijk accepteren dat het lichaam hapert. Tafeltennis is een uitermate psychologisch spel. De tegenstanders staat maar op een paar meter afstand en je kijkt elkaar dus in de ogen. Vertwijfeling in het gezicht van de tegenstander geeft moed en een tegenstander vol van zelfvertrouwen is moeilijk te verslaan. Nog steeds is het spel een goede graadmeter van m’n psychische gemoedstoestand. Als ik ontspannen ben kan ik nog steeds een aardige bal slaan. Heb ik veel aan m’n hoofd dan is het een groot gevecht. Niet tegen de tegenstander, maar tegen mezelf. De tafeltennissport heeft me veel geleerd over Flow, het onderwerp van het tweede deel van de Enthousiasme Trilogie.

Studietijd

Psychologisch de diepte in

Op m’n 19e ben ik uit huis gegaan om psychologie te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Heel spannend om me te storten in het leven van de hoofdstad. De eerste maanden logeerde ik op de grond of op de bank bij studiegenoten en af en toe bij een tante van een vriendin. Daarna kreeg ik een kamer in Geuzenveld, zonder douche of telefoon. Ik tafeltenniste nog steeds elke dag en ik kon daar gelukkig douchen. Communicatie was toen nog niet te vergelijken met nu. Ik had geen laptop, tablet en niet eens een telefoon. Als ik iemand wilde spreken wandelde ik naar de dichtstbijzijnde telefooncel met een paar kwartjes. Iets wat m’n zonen zich dit amper kunnen voorstellen. Tijdens m’n studie was ik onderzoeksassistent en hielp ik Willem Bosveld bij zijn promotie-onderzoek. We deden onderzoek naar het False Consensus Effect; de menselijke neiging om hun eigen opinies, gedragingen, en gewoontes als representatief te zien voor de groep waartoe ze behoren. Mensen hebben namelijk de neiging te denken dat anderen zijn zoals zijzelf. Rokers overschatten bijvoorbeeld het aantal rokers in hun leeftijdsgroep. Mijn afstudeerproject ging over besluitvorming en mocht ik doen aan de Universiteit van Leeds (UK). Uit het onderzoek bleek ondermeer dat mensen meer denkfouten maken als ze minder tijd krijgen om ergens over na te denken. Een onderwerp dat ook aan de orde komt in het boek Negativiteit Mania. In 1994 heb ik een master (toen nog doctoraal) behaald in de Sociale Psychologie en de Psychologische Methodenleer, met sportpsychologie als bijvak.

Militaire dienst en de jaren bij Defensie

Een verplichte sprong in het onbekende

Na mijn studie werd ik geacht het militaire apparaat te komen versterken. Ik probeerde binnen het psychologische vakgebied m’n dienstplicht te vervullen, maar dat viel nog niet mee. Na afwijzingen bij de Koninklijke Luchtmacht en de koninklijke Marechaussee werd ik, ondanks mijn alternatieve uiterlijk, toch als psychologisch onderzoeker aangenomen bij de Koninklijke Marine. “Mits ik bereid was mijn uiterlijk aan te passen”. In een paar weken tijd werd tijdens onze opleiding een poging gedaan om ons om te vormen tot strakke Marine-officieren. Qua uiterlijk was dit in elk geval gelukt. Binnen een week was ik omgetoverd van halve punker tot gekortwiekte aspirant officier. Geen oorbel meer, geen lijnen onder ogen, geen kisten of leren jas. Het eerste weekend dat ik thuis kwam in m’n uniform merkte ik hoe de wereld anders reageerde op mn uiterlijk. Auto’s gingen minder hard rijden (omdat ze waarschijnlijk dachten dat ik boetes uit kon delen), kinderen werden uit m’n buurt gehouden en ik werd zelfs uitgescholden door de alternativo’s van de kunstacademie, die ik hiervoor tot m’n peergroup kon rekenen. Al met al een mooi sociaal psychologisch experiment.

Met name de Mariniersweek op Texel maakte indruk. In een week werden we psychisch afgebroken en weer opgebouwd. We hebben flink afgezien maar ook veel geleerd over mentale weerbaarheid en over het creëren van een teamspirit. Ik heb er een paar goede vrienden aan over gehouden. Zoals de de destijds eveneens dienstplichtige Luitenant ter Zee Maarten Veeger op de foto. Na de opleiding werd ik te werk gesteld als toegepast onderzoeker bij de afdeling Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek. Ik heb de wereld van de Marine vanuit psychologisch perspectief mogen bestuderen en mogen proeven aan het militaire leven. Na mijn dienstplicht ben ik ik nog een paar jaar blijven werken voor Defensie. Eerst ben aan de slag gegaan als psychologisch onderzoeker bij de afdeling gedragswetenschappen van de Koninklijke Landmacht en vervolgens als arbeidsmarktonderzoeker en beleidsmaker bij het Ministerie van Defensie. In tolaal heb ik zo’n vijf jaar voor het ministerie van Defensie gewerkt. Toen werd het tijd voor wat anders en ben ik de wereld van het marktonderzoek gedoken.

Directeur van Blauw Research

De commerciële wereld van het marktonderzoek

Na m’n vertrek bij het Ministerie van Defensie ben ik in dienst getreden bij Blauw Research. Blauw sprak me aan omdat het een innovatief en dynamisch bedrijf is, met veel aandacht voor kwaliteit en persoonlijke ontwikkeling. Ook de sfeer en dynamiek vond ik aantrekkelijk. Hard werken en goed werk leveren, maar ook flink feesten met elkaar. Het feit dat het bedrijf een eigen bar had, was in dat kader een pré. Op de achterwand (zie foto) staat een gedicht dat ik voor Blauw heb geschreven. Hier de tekst:

Blauw

Hoe alleen water
de dorst lest
zo drinkbaar
land bevrucht
in bloei zet
groen maakt

hoe alleen in water
iets groot lijkt
en niet zwaar

hoe alleen water
verschijnt als ijs
en als dauw

hoe alleen water
kan zijn, zo helder
zo blauw

Ik heb daar tot 2013 gewerkt, vanaf 2008 als algemeen directeur. Blauw was destijds een nieuwe speler met een aantal jonge, maar gedreven onderzoekers. Aangewakkerd door de nieuwe mogelijkheden dankzij de opkomst van het internet groeide het bedrijf in de beginjaren in hoog tempo. We groeide tot 120 mensen met vestigingen in Engeland en Duitsland waar nog eens zo’n 20 mensen werkten. De crisisjaren waren pittig. Uiteindelijk moesten we afslanken om te overleven. Het was zwaar om afscheid te moeten nemen van goede en hardwerkende collega’s. Gelukkig hebben we het net gered en konden we telkens net op tijd aan alle verplichtingen voldoen. In 2009 heb ik het boek “De Superpromoter. uitgebracht en dankzij het onverwachtse succes van dit boek werd ik uitgenodigd presentaties mogen houden in binnen- en buitenland. Dit was op den duur niet meer te combineren met m’n werkzaamheden voor Blauw. In 2013 heb ik m’n functie als CEO bij Blauw neergelegd.

Achterflapfoto Superpromoter

Tegenwoordig: Superpromoter Academy & de dynamiek van enthousiasme.

Onderzoeker, schrijver, spreker en trainer.

Na m’n vertrek bij Blauw ben ik verder gegaan als zelfstandig schrijver, spreker en trainer. De Superpromoter Academy heb ik opgericht om kennis over de dynamiek van enthousiasme verder te verspreiden. Na de Superpromoter (2009) heb ik nog verschillende boeken geschreven. In 2014 heb ik de “Enthousiasme Trilogie; Flame, Flow, Flood” gepubliceerd en in 2018 het boek “Negativiteit Mania; de waan van het negativiteitsdenken“. Met enige regelmaat publiceer ik een blog op deze website. Vanaf jongs af aan heb ik het leuk gevonden om te schrijven en op een podium te staan. Ik prijs mezelf dan ook gelukkig dat ik van het schrijven en het geven van presentaties en trainingen m’n beroep heb kunnen maken. Op veel plekken in de wereld heb ik ondertussen mogen spreken en trainingen gegeven over de dynamiek van enthousiasme. De laatste jaren vooral veel in Azië (India, China, Hong Kong). Aan de Hong Kong Polytechnic University doceer ik “Rational & Emotional Decision Making”. Ook voor m’n nieuwsgierige en onderzoekende kant heb ik weer een uitdaging gevonden. Vanaf oktober 2018 ben ik gestart met een promotie-onderzoek aan de Universiteit Leiden. Samen met mijn promotoren Prof. Wilco van Dijk en Prof. Eric van Dijk ga ik het concept enthousiasme verder wetenschappelijk ontleden. 

Gezin

Dankbaar studiemateriaal

Samen met m’n vrouw, Nicole Remmers, probeer ik de onze twee zonen Loek (2006) en Guus (2009) op te voeden. Dat valt niet altijd mee met twee stuiterballen in huis. Tegelijkertijd zijn de zonen, met hun tomeloze energie, een dankbaar studieobject om de dynamiek van enthousiasme beter te begrijpen. In de zomermaanden verblijven we graag op het strand van Hoek van Holland en vakanties brengen we graag door in Italië of Spanje. De jongens zijn fanatieke voetballers dus de meeste zaterdagochtenden worden doorgebracht op het voetbalveld.

Hobbies

Muziek en het brein

Naast tafeltennis en andere sporten, zoals zwemmen, fietsen en tennis, speel ik graag op m’n gitaar. Ik ben helaas pas rond m’n 30ste begonnen, dus een groot virtuoos zal ik niet meer worden. Toch merk ik dat je ook op latere leeftijd nog veel kan leren. Het blijft wonderlijk hoe de hersenen te trainen zijn. Hoe je na voldoende oefening tot dingen in staat bent die je zelf niet voor mogelijk had geacht. Het brein is eigenlijk het mooiste instrument. Ik luister verder graag naar muzikanten die het echt kunnen. Muziek heeft iets puurs. Vandaar dat ik het in De Enthousiasme Trilogie en in m’n presentaties ook graag gebruik als metafoor voor de dynamiek van enthousiasme.

Het muziekfestival

Blauwdruk voor een constructieve samenleving

In de zomermaanden bezoek ik graag  muziekfestivals zoals Pinkpop, Lowlands, Best Kept Secret. Meestal bezoek ik deze festivals met dezelfde twee vrienden, Jaap den Dulk en Ruben Boeren. Een festival is voor mij een soort blauwdruk voor een ideale samenleving. De bezoekers voelen zich onderling verbonden en er wordt gemakkelijk contact gelegd. In de Negativiteit Mania noem ik dat een constructieve samenleving. Voor mij is dat een plek waar mensen elkaar waarderen en gelukkig zijn. Negativiteit heeft in de moderne samenleving teveel de overhand gekregen en daarom moeten we op zoek naar een nieuwe balans. Ik streef ernaar om met m’n werk hieraan bij te dragen en de constructieve samenleving iets dichterbij te brengen.