Technologische ontwikkelingen hebben altijd al een drastische invloed gehad op het leven van de mens. Wapens en gereedschappen zorgden ervoor dat de homo sapiens de dominante diersoort werd op aarde. Door allerlei ontdekkingen is het leven er in de loop der tijd steeds aangenamer op geworden. Een leven zonder toilet, koelkast of telefoon is nu haast ondenkbaar. De technologische ontwikkelingen gaan echter zo snel dat onze hersenen het nog amper bij kunnen benen. De gevaren van technologie en artificiële intelligentie in het bijzonder worden duidelijk en zorgwekkend getoond in “Do you trust this computer”, een documentaire aanbevolen en verspreid door Elon Musk. In deze blog wil ik een psychologisch perspectief geven op dit thema. 

Ons brein is een fascinerend orgaan maar het heeft wel een aantal beperkingen. In “Negativiteit Mania” komen drie denkfouten als gevolg van deze beperkingen aan de orde:

  • De negativiteitsbias: Negatieve informatie komt harder binnen dan positieve informatie en daardoor hechten we er meer waarde aan dan rationeel nodig.
  • De kortetermijnfixatie: Het brein hecht meer waarde aan zaken die spelen op de korte termijn
  • Zelfoverschatting en groepsoverschatting: We hebben een te positief beeld over onszelf en de groepen waartoe we behoren en een te negatief beeld over vreemden.

Technologie en denkfouten

Technologie heeft invloed op al de bovenstaande denkfouten. Het kan ze versterken en verzwakken. In deze blog beperk ik me tot de invloed van technologie op de kortetermijnfixatie. Een computer heeft hier hier geen last van en kan ons daarom ondersteunen bij het plannen op de lange termijn. Als we een afspraak in een digitale agenda zetten krijgen we automatisch een reminder. Dit helpt om uit een kortetermijnfixatie te komen. Maar er is ook een andere kant. Als we ons echter niet bewust zijn van de natuurlijke beperkingen van ons brein dan lopen we het risico dat technologie een loopje met ons neemt. Overal om ons heen zien we mensen die gefixeerd op hun smartphone staren. De continue stroom aan berichten op sociale media of nieuwsites is ontworpen om de aandacht vast te houden. Net als de games en andere apps. Het is verleidelijk om vast te komen zitten in de kortetermijnfixatie. Dit wordt problematisch als dit leidt tot sociale isolatie of wanneer het afleidt van werk of aandacht voor het gezinsleven.

Een andere denkfout die prominenter wordt vanwege technologie is groepsdenken. De overload aan informatie en de opkomst van sociale media veroorzaakt zogenaamde filter bubbels. Ieder leeft in z’n eigen informatiebubbel waar andersdenkenden door eigen voorkeuren en algoritmen worden weggefilterd. Als er minder naar andersdenkenden wordt geluisterd ontstaat er ook minder begrip. Groepen worden negatiever over elkaar en komen recht tegenover elkaar te staan. Bewijs dat empathie afneemt, is te vinden in longitudinaal onderzoek naar empathie in de Verenigde Staten (Konrath, O’Brien en Hsing, 2011). Dit is zorgwekkend, omdat de opkomst van empathie een positieve correlatie heeft met de wereldvrede en de welvaartsgroei in de afgelopen 500 jaar (Steven Pinker; Better Angels of our Nature). Nu deze trend omslaat bestaat het risico dat we terugkeren naar een meer gewelddadige en minder welvarende wereld. De Brexit, het separatisme in Catalonië en de groei van populistische partijen in Europa zijn voorbeelden van de politieke instabiliteit die een gebrek aan empathie en toenemende polarisatie veroorzaakt.

Op technologie dieet

Het staren op een beeldscherm is voor het brein gemakkelijker dan het aangaan van een persoonlijk gesprek. Het is ook een fenomeen dat zichzelf versterkt. Jongeren die veel op hun telefoon kijken vinden het moeilijker om oogcontact te maken en vluchten daardoor nog sneller naar hun scherm. Game designer Jane McGonigal vertelt over de exodus van jonge mensen die de realiteit de rug toekeren en vluchten in de virtuele wereld van online games. Deze uittocht zal niet stoppen als we geen actie ondernemen. Zelfs (voormalige) executives op Facebook en Apple slaan alarm. Technologie zal de komende decennia alleen maar aantrekkelijker worden. Als we autonome en sociale wezens willen blijven moeten we bewust met technologie omgaan. Net zoals we ons eetpatroon moeten beheersen om niet te dik te worden, moeten we onze inname aan digitale impulsen onder controle houden. Anders besturen computers en robots ons brein en lopen we dadelijk als digitale zombies in een virtueel landschap. Het kan zelfs nog verder uit de hand lopen. Als we niet oppassen gaat artificiële intelligentie over ons regeren als een dictator waaraan de mensheid nooit meer kan ontsnappen, zoals Elon Musk ons waarschuwt in “Do you trust this computer”.

Onze beperkingen de baas blijven

Als we rekening houden met onze beperkingen kan technologie het leven steeds aangenamer maken. In de toekomst kunnen we nog veel meer taken aan technologie overdragen (autorijden, het huishouden, eentonig werk) en hebben we meer tijd voor persoonlijke ontwikkeling, ontspanning en elkaar. Dan moeten we alleen wel de valkuilen van ons eigen brein weten te vermijden en ons bewust zijn van de gevaren van technologie. Artificiële intelligentie zal spoedig slim zijn dan ons. Voordat het zover is, moeten we minimaal leren omgaan met onze eigen beperkingen. Misschien moeten we beginnen met het beperken van blootstelling aan technologie en ons richten op dingen die ons echt gelukkig maken. Het geluk is eerder te vinden in onze omgang met andere mensen dan in activiteiten met een beeldscherm. Een afspraak maken in een digitale agenda is handig, maar als je vervolgens tijdens de afspraak op je smartphone zit te staren dan heeft de technologie toch gewonnen. Dan zijn we slaaf geworden in plaats van baas.

Meer over dit onderwerp in hoofdtuk 5 van Negativiteit Mania; “Technologie een vloek of een zegen?”